DE BRIEVEN
De Twintigste Brief
Inderdaad, wanneer wij volgens dit geheim naar de schepping kijken, waarvan elk afzonderlijk een wonderlijk kunstwerk is, zien wij dat zij op een verbazingwekkende wijze, met lichtheid en zonder moeite, zonder verwikkeling, in korte tijd en toch op wonderlijke wijze tot het bestaan wordt geroepen. Dus dat scheppen met grenzeloze lichtheid plaatsvindt, toont aan dat er een grenzeloze kennis is.
Naast de hierboven genoemde tekenen bestaan er nog duizenden betrouwbare aanwijzingen dat de Heer, Die over dit universum beschikt, een alomvattende kennis bezit. De gehele schepping is, met al haar eigenschappen, in Zijn kennis aanwezig nog vóórdat Hij haar schept.
Aangezien de Heerser van dit universum over zo’n kennis beschikt, neemt Hij ook zeker de mens en zijn daden waar. Hij kent wat de mensen waardig zijn en wat hun rechtmatig toekomt. En Hij handelt tegenover hen volgens Zijn wijsheid en barmhartigheid, en zo zal Hij ook in het Hiernamaals handelen.
O mens! Kom tot bezinning, raap je verstand bijeen. Word wakker, en wees je bewust van Degene Die jou kent en Zich om jou bekommert!
Indien er wordt gesteld: Kennis alleen is niet voldoende; de wil is ook noodzakelijk. Als de wil ontbreekt, is kennis op zichzelf niet genoeg.
Het antwoord: zoals de gehele schepping naar een alomvattende kennis verwijst en daarvan getuigt, zo getuigt zij ook van de alomvattende wil van de Heer Die over die kennis beschikt. Dit is als volgt:
Het feit dat aan de schepping, en vooral aan elk levend wezen, te midden van ontelbare mogelijkheden één welgeordende gedaante wordt gegeven; te midden van talloze verwarde opties één vastbesloten mogelijkheid wordt gekozen; en te midden van vele doodlopende wegen één vruchtbare weg wordt aangewezen, toont in ontelbare opzichten een alomvattende wil aan.
Want de uitgebalanceerde vormen en de welgeordende gestalten die verleend worden aan alle schepselen met een uiterst fijne afweging, een verfijnde maat en een uiterst scherpe ordening – terwijl zij voortkomen uit levenloze elementen die als een stormvloed samenstromen, te midden van eindeloze mogelijkheden en doodlopende wegen – maken zeer duidelijk de aanwezigheid bekend van een alomvattende wil.
Immers, het kiezen van één hoedanigheid uit grenzeloze mogelijkheden kan alleen door één bepaling, één voorkeur, één doelgerichtheid en één wil plaatsvinden. En zo’n bepaling kan slechts voortkomen uit een bewuste bedoeling.