DE BRIEVEN

De Tweeëntwintigste Brief

Ten zesde: met het woord

مَيْتًا

wordt gevraagd: “Waar is jullie geweten? Is jullie aard zo verdorven dat jullie tegenover jullie hoogst eerbiedwaardige broeder de meest walgelijke en afschuwelijke handeling begaan, zoals het vreten van zijn vlees?”

De betekenis van dit vers en die van haar afzonderlijke woorden houdt dus in dat kleineren en roddelen verwerpelijk zijn vanuit het verstand, het hart, de menselijkheid, de gewetensgronden, de aard van de mens en de maatschappij.

Kijk hoe dit vers de schandelijke daad van het kleineren van anderen kort en krachtig in zes opzichten verbiedt en ons op een wonderbaarlijke wijze op zes manieren behoedt voor deze zonde.

Roddelen is een laaghartig wapen dat vaak wordt gehanteerd door vijandige, afgunstige en koppige mensen. Een man met zelfachting zal zich nooit verlagen tot het gebruik van een dergelijk smerig wapen. Om die reden heeft ooit een beroemde man gezegd:

اُكَبِّرُ نَفْس۪ى عَنْ جَزَٓاءٍ بِغِيْبَةٍ ٭ فَكُلُّ اِغْتِيَابٍ جَهْدُ مَنْ لَا لَهُ جَهْدٌ

Met andere woorden, “Ik verhef mezelf boven het roddelen over mijn vijand en verlaag me niet tot dat niveau. Roddelen is namelijk het wapen van de zwakken, de waardelozen en de inferieuren!”

Roddelen houdt in dat een persoon zich beledigd en gekwetst zou voelen indien hij erbij aanwezig zou zijn en zou kunnen horen wat er over hem gezegd wordt. Als de roddelaar de waarheid spreekt, is het vanzelfsprekend roddelen. Als hij leugens verspreidt, dan is het zowel roddelen als lasteren; en dat is een dubbel afschuwelijke zonde.

Roddelen kan in enkele uitzonderingsgevallen geoorloofd worden:

Het eerste geval: wanneer iemand een klacht indient bij een verantwoordelijke om hulp en rechtvaardigheid te zoeken. Dit is toegestaan als het doel is om de beklaagde van schade en kwaad te redden.

Het tweede geval: wanneer een persoon jou raadpleegt over een mogelijke samenwerking met iemand en jij – omwille van de noodzaak van deze raadgeving – puur uit eigen belang en zonder kwade bedoelingen hem adviseert: “Werk niet met hem samen, want dat zal schadelijk voor jou zijn!”

Het derde geval: wanneer een persoon puur om iemand te identificeren voor herkenning, zonder beledigende of kwetsende bijbedoelingen, bijvoorbeeld hem als volgt omschrijft: “Die manke en dwaze man is daarheen gegaan.”