DE BRIEVEN

De Tweeëntwintigste Brief

Bijvoorbeeld, jullie Schepper is dezelfde, jullie Heerser is dezelfde, jullie Aanbedene is dezelfde, jullie Voorziener is dezelfde, en nog tot aan duizend toe één en dezelfde verenigende punten. Ook is jullie profeet dezelfde, jullie geloof is hetzelfde, jullie gebedsrichting is dezelfde, en nog tot aan honderd toe één en dezelfde verenigende punten. Bovendien is jullie dorp hetzelfde, jullie land is hetzelfde, jullie vaderland is hetzelfde, en nog tot aan tien toe één en dezelfde verenigende punten. Al deze verenigende punten vereisen eenheid en eendracht, cohesie en overeenstemming, liefde en broederschap.

Indien nu iemand deze spirituele bindingen – waarmee het universum en de planeten met elkaar verbonden kunnen worden – zou verwaarlozen, en vervolgens voorrang zou geven aan betekenisloze en onbestendige zaken – die net zo onbelangrijk en onstabiel zijn als een spinnenweb en aanleiding vormen tot twist en tweedracht, tot haat en vijandschap – en daarmee werkelijke vijandigheid en haat zou koesteren jegens gelovigen, dan begrijp je wat voor een oneerbiedigheid ten opzichte van eenheid, een geringschatting ten opzichte van het principe van liefde en een ongerechtigheid en minachting ten opzichte van deze broederlijke verbondenheid dit is, mits jouw hart nog niet gestorven en jouw verstand nog niet gedoofd is.

 

Het derde aspect

Volgens het vers

وَلَا تَزِرُ وَازِرَةٌ وِزْرَ اُخْرٰى

dat absolute gerechtigheid uitdrukt, is het een grenzeloze onrechtvaardigheid om vanwege één slechte eigenschap van een gelovige al zijn overige onschuldige eigenschappen ook te veroordelen en haat en vijandschap jegens hem te koesteren. In het bijzonder, volgens het geheim achter het vers

اِنَّ الْاِنْسَانَ لَظَلُومٌ

bega je een groot onrecht wanneer jij vanwege één slechte eigenschap van een gelovige, jezelf ergerend en pruilend, jouw vijandigheid uitbreidt naar zijn familieleden. Dit terwijl dit vers – door de onrechtvaardigheid van de mens in krachtige termen uit te drukken – de waarheid, de sharia en de wijsheid van de Islam je waarschuwen tegen dergelijk gedrag. Hoe kun je dan nog beweren dat je rechtvaardig bent en gelijk hebt?

Slechte daden, die vijandschap veroorzaken en tot het kwaad behoren, zijn even mat en dof als het kwaad en de aarde zelf. Mensen behoren niet terug te grijpen op anderen en zich aan hen te spiegelen. Wanneer een ander zijn slechte gedrag aanneemt en slechte daden verricht, dan is dat een andere kwestie.

Het goede, waarvan liefde de oorzaak vormt, is verlichtend als de liefde zelf. Het ligt in haar aard om zich uit te breiden en in anderen te weerspiegelen. Vandaar het gezegde: “De vriend van een vriend is een vriend”, dat een spreekwoord is geworden. Daarom zegt men ook: “Omwille van één oog, worden vele ogen geliefd”, wat eveneens een bekend spreekwoord is geworden.

O jij onrechtvaardige! Gezien de waarheid zo luidt, zou je moeten inzien hoe het tegen de waarheid indruist om vijandigheid te koesteren jegens de beminnelijke en onschuldige familieleden van een persoon die jij niet mag, indien je waarheidsgetrouw bent.