DE BRIEVEN

De Twintigste Brief

Het elfde woord

وَ اِلَيْهِ الْمَصٖيرُ

Met andere woorden, de mensen die met belangrijke taken naar deze wereld – het oord van beproeving – zijn gezonden om handel te drijven en dienst te verrichten voor het hiernamaals, zullen tot hun Majesteitvolle Schepper terugkeren en hun vrijgevige Heer ontmoeten, nadat zij hun handel hebben gedreven, hun taken hebben vervuld en hun diensten hebben afgerond. Dat houdt in dat zij dit vergankelijke oord zullen verlaten en in een eeuwigdurend oord geëerd zullen worden met de tegenwoordigheid van Zijne Hoogheid. Zij zullen zich bevrijden van de verwarring van oorzaken en van de verduisterende sluiers van bemiddelaars, en zichzelf met hun genadevolle Heer in het centrum van Zijn eeuwige heerschappij, zonder sluiers, ontmoeten. Elk van hen zal rechtstreeks leren kennen en beseffen wie zijn Schepper, Heer, Meester en Eigenaar is. Dit woord verkondigt boven alle blijde boodschappen de volgende blijde boodschap:

“O mens! Weet jij waar je heengaat en waarheen je wordt geleid? Zoals aan het einde van Het Tweeëndertigste Woord is vermeld, ga jij naar de tegenwoordigheid en barmhartigheid van Djemil-i zul-Djelāl, van Wie één enkel uur aanschouwing van Zijn schoonheid waardevoller is dan duizend jaar leven in het paradijs, terwijl één enkel uur leven in het paradijs waardevoller is dan een gelukkig leven van duizend jaar op aarde. Jij gaat naar de tegenwoordigheid van Mabud-i Lem yèzèl en Mahbūb-i Lā yèzāl. De schoonheden van de wereldse geliefden en van al het bestaan op aarde waaraan jullie zijn verslingerd, waarop jullie verliefd zijn en waarnaar jullie hartstochtelijk verlangen, zijn slechts schaduwen van de verschijningen van Zijn schoonheid en van Zijn schone namen. Het gehele paradijs met al haar schoonheden is een manifestatie van Zijn barmhartigheid. Alle uitingen van geestdrift, liefde en genegenheid zijn flitsen van Zijn liefde. En je bent uitgenodigd naar het paradijs, waar jullie voor eeuwig van zullen genieten. Daarom dien je niet huilend, maar opgewekt en blij door de poort van het graf naar binnen te gaan.”

Bovendien brengt dit woord de volgende vreugdevolle boodschap:

“O mensen! Denk niet dat jullie vergaan in vergankelijkheid, non-existentie, duisternis, vergetelheid, bederf en ontbinding! Jullie gaan niet de vergankelijkheid in, maar naar de eeuwigheid toe. Jullie zullen niet in non-existentie belanden, maar naar het eeuwigdurende bestaan worden geleid. Jullie zullen niet de duisternis, maar de verlichte wereld intreden. Jullie zijn op weg naar jullie ware Eigenaar. En jullie keren terug naar de hoofdstad van Sultān-i Èzèlī. Jullie zullen bevrijd worden van de invloed van oorzaken en rechtstreeks zien dat alles van Hem afkomstig is. Jullie zijn niet voor scheiding, maar voor hereniging bestemd.”