DE BRIEVEN

De Tweeëntwintigste Brief

O jullie vrijgevige mensen met een zuiver geweten! En o jullie weldadige mensen!

Als weldaden niet in de vorm van zekāt worden uitgegeven, dan ontstaan er drievoudige nadelen. Soms kunnen ze nutteloos verloren gaan. Omdat jij niet omwille van Allah zekāt geeft, leg jij de betreurenswaardige arme indirect een verplichting op en plaats jij hem in de ketenen van schuldgevoel. Bovendien word jij onthouden van zijn aanvaarde smeekbedes. En terwijl jij in werkelijkheid niet anders dan een distributeur bent die de goederen van Allah hoort te overhandigen aan Zijn onderdanen, pleeg jij ondankbaarheid jegens Zijn gunsten door jezelf als eigenaar van de goederen te beschouwen.

Als je echter een bijdrage geeft vanuit de gedachte van zekāt, zul je beloond worden omdat je dit doet in naam van Allah de Rechtvaardige. Op deze manier toon je je dankbaarheid door de gunsten van Allah te erkennen. Bovendien behoudt de behoeftige persoon zijn gevoel van eigenwaarde, omdat hij niet gedwongen wordt om bij jou te vleien, en zal zijn smeekbede voor jou worden aanvaard.

Inderdaad, overweeg nu het waardeverschil tussen de volgende twee opties:

Aan de ene kant het schenken van een bedrag ter grootte van de zekāt of zelfs meer, maar aan andere doelen dan de zekāt, wat leidt tot lage verlangens zoals het najagen van ijdelheid, roem en anderen afhankelijk maken van jouzelf. En aan de andere kant het uitvoeren van dergelijke liefdadigheid onder de naam van zekāt, wat leidt tot het vervullen van een religieuze plicht, het verdienen van zowel sewāb als ikhlās en het profiteren van de aanvaarde smeekbedes van de behoeftigen.

سُبْحَانَكَ لَا عِلْمَ لَنَٓا اِلَّا مَا عَلَّمْتَنَٓا اِنَّكَ اَنْتَ الْعَلٖيمُ الْحَكٖيمُ 

اَللّٰهُمَّ صَلِّ وَ سَلِّمْ عَلٰى سَيِّدِنَا مُحَمَّدٍ الَّذٖى قَالَ «اَلْمُؤْمِنُ لِلْمُؤْمِن كَالْبُنْيَانِ الْمَرْصُوصِ يَشُدُّ بَعْضُهُ بَعْضًا» وَ قَالَ «اَلْقَنَاعَةُ كَنْزٌ لَا يَفْنى» وَعَلٰى اٰلِهٖ وَصَحْبِهٖ اَجْمَعٖينَ اٰمٖينَ وَالْحَمْدُ لِلّٰهِ رَبِّ الْعَالَمٖينَ