DE BRIEVEN

De Twintigste Brief

En U bent onze Rezzāq [Voorziener]. Want wij hebben Uw voorziening nodig; wij hebben geen macht om ons eigen levensonderhoud te verwerven. U bent dus Degene Die ons schept en Degene Die ons onze voorziening doet toekomen.

En U bent onze Mālik [Heerser]. Want wij zijn Uw eigendom en Uw dienaren; een ander dan wij beschikt over ons en beheert ons. U bent dus onze Heerser.

En U bent ook Azīz [de meest Verhevene], de Bezitter van majesteit en verhevenheid. Wij zien onze nederigheid en aanschouwen daarin de manifestaties van Uw majesteit. Wij dienen dus als spiegels voor Uw majesteit.

En U bent Ghaniyy-i Mutlaq [de Absoluut Rijke]. Want wij zijn behoeftigen. Ons is een rijkdom geschonken waar onze handen niet bij kunnen. U bent dus de Bezitter van absolute rijkdom en de Schenker van alle gunsten.

En U bent Hayy-i Bāqī [de Eeuwige Levende]. Want wij sterven, en in onze dood en onze wederopstanding zien wij de manifestatie van Degene Die het voortdurende leven schenkt.

En U bent Bāqī [de Eeuwige]. Want in onze vergankelijkheid en in ons verval zien wij Uw onvergankelijkheid en Uw eeuwigheid.

En U bent Degene Die de verlangens beantwoordt en de gunsten schenkt. Want wij, alle schepselen, smeken onophoudelijk met onze woorden en met onze toestanden. Onze verlangens worden vervuld en onze wensen worden beantwoord. U bent dus Degene Die verhoord.”

De gehele schepping, zowel het grote geheel als het kleine individu, dient als een spiegel in de vorm van een spirituele smeekbede, alsof ieder afzonderlijk een Uweys el-Qaranī is. Door haar machteloosheid, behoeftigheid en gebrekkigheid verkondigt zij Zijn macht en volmaaktheid.

Het negende woord

بِيَدِهِ الْخَيْرُ

Met andere woorden, alle weldaden komen door Zijn macht tot stand, alle goede daden worden in Zijn register vastgelegd en alle weldaden komen uit Zijn schatkamer tevoorschijn. Daarom behoren degenen die het goede wensen het van Hem te vragen, en degenen die naar weldaden verlangen die van Hem te verwachten.

Om de waarheid van dit woord helder te maken, zullen wij – uit de talloze bewijzen betreffende Zijn kennis – wijzen op enkele tekenen en lichtflitsen van een duidelijk bewijs, als volgt: