DE BRIEVEN
De Twintigste Brief
Het vierde woord
لَهُ الْمُلْكُHem behoort het gehele rijk toe
Met andere woorden, het gehele rijk is Zijn eigendom. Jij bent zowel Zijn eigendom als Zijn dienaar. Bovendien ben jij in dienst in Zijn rijk.
Dit woord verkondigt de volgende geneeskrachtige boodschap:
“O mens! Denk niet dat jij jezelf bezit. Immers, jij kunt jezelf niet beheren; zo’n last is veel te zwaar voor jou. Jij kunt jezelf niet beschermen, noch kun je jezelf tegenover tegenspoeden behoeden en in je benodigdheden voorzien. Verval daarom niet nodeloos in pijn en zorgen, en kwel jezelf niet. Dit rijk behoort een Ander toe. De Eigenaar ervan is zowel almachtig als genadevol. Steun op Zijn macht en twijfel niet aan Zijn barmhartigheid. Laat je zorgen achterwege en vermaak jezelf. Werp de lasten van je af en ondervind rust.”
Bovendien zegt dit woord dat deze wereld, waarvan jij houdt, waarmee je verbondenheid voelt, waarvan de treurige toestand jou bedroefd maakt en die je niet in staat bent te verbeteren, het eigendom is van Qadīr-i RahīmAllah, Die over alles de macht heeft en Wiens genade alles omvat.. Vertrouw het dus toe aan zijn Eigenaar. Laat het aan Hem over en ondervind geen zorgen maar rust. Hij is zowel el-HakīmAllah; De Alwijze; Allah, Wiens wijsheid oneindig is. [de Alwijze] als er-RahīmDe Genadevolle. [de Genadevolle]. Hij bestuurt en leidt Zijn rijk zoals Hij dat wil. Wanneer je van schrik verbijsterd raakt, zeg dan, net als Ibrahim Hakkı: “Laten we zien wat onze Heer zal doen, wat Hij doet is immers goed!” Bekijk dit alles vanuit dit opzicht en meng je er niet in.
Het vijfde woord
وَ لَهُ الْحَمْدُHem komt alle lofprijzing toe
Met andere woorden, alle lofprijzing, eerbetoon en dankbaarheid zijn gewijd aan Hem en komen Hem toe. Alle gunsten zijn immers afkomstig van Hem en komen voort uit Zijn onuitputtelijke schatkamer. Dit woord verkondigt de volgende blijde boodschap:
“O mens! Maak je geen zorgen over het opraken van gunsten, want de schatkamer van Zijn barmhartigheid is onuitputtelijk. Klaag niet over het leed dat voortkomt uit het denken aan de teloorgang van het genot, want deze gunsten zijn vruchten van Zijn oneindige barmhartigheid. Omdat de boom ervan voortdurend leeft, zal er altijd een nieuwe vrucht verschijnen ter vervanging van de vorige. Je kunt het genot dat je uit de gunst haalt honderdmaal verrijken door te denken dat die gunst het geschenk is van de Barmhartige.”