DE SAMENHANG VAN

DE GODDELIJKE LIEFDE EN DE DOOD

 

De Vierentwintigste Brief

 

بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖيمِ

يَفْعَلُ اللّٰهُ مَا يَشَٓاءُ ۞ وَ يَحْكُمُ مَا يُرٖيدُ

 

De vraag: hoe en op welke manier kunnen een liefdevolle verzorging, een doelmatig beheer en een hartelijke gastvrijheid, die door de grootste namen zoals er-Rahīm, el-Hakīm en el-Wedūd worden vereist, overeenkomen met de dood, vernietiging, scheiding en ondergang, met ramp en tegenspoed in al hun vreselijkheid en hun verschrikking? Aangezien de mens naar de eeuwige gelukzaligheid gaat, kunnen wij de dood verwelkomen. Echter, waarin kunnen wij dan de liefde, de barmhartigheid, de wijsheid, het nut, het goede en de genade zien wanneer bomen, bloemen en alle andere plantensoorten, die subtiele en delicate levenden zijn, en dieren, die ook recht op het leven hebben en van het leven houden en ernaar verlangen het voor eeuwig te behouden, voortdurend vergaan zonder dat één van hen overblijft, snel worden vernietigd, zich voortdurend moeten inspannen zonder tijd voor een adempauze te hebben, vanwege rampen steeds veranderingen meemaken zonder rust te vinden, hun dood tegemoet gaan zonder dat daarop een uitzondering wordt gemaakt, te gronde gaan zonder dat daaraan een halt wordt toegeroepen en van elkaar worden gescheiden terwijl geen enkeling van hen dat wenst?

1 van 43 Next page