QÀDER

(GODDELIJKE BESCHIKKING)

Het Zesentwintigste Woord

 

بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖيمِ

وَاِنْ مِنْ شَىْءٍ اِلاَّ عِنْدَناَ خَزَاۤئِنُهُ وَمَا نُنَزِّلُهُ اِلاَّ بِقَدَرٍ مَعْلوُمٍ

وَكُلَّ شَىْءٍ اَحْصَيْنَاهُ فِى اِمَامٍ مُبِينٍ

 

Qàder (de goddelijke beschikking) en de vrije wil van de mens zijn twee belangrijke kwesties. We zullen enkele van hun geheimen proberen te onthullen binnen vier onderwerpen.

 

Eerste Onderwerp

 

Qàder en de vrije wil vormen de uiterste grenzen van de islam en iman. Ze behoren tot de innerlijke en gewetensvolle aspecten van het geloof, maar niet tot de theoretische en op kennis berustende aspecten. Een gelovige draagt alles over aan Allah, zelfs zijn daden en zichzelf, totdat hij bij verantwoordelijkheid en verplichting aankomt. Op dat moment treedt de vrije wil naar voren, zodat hij niet aan zijn verantwoordelijkheid en verplichtingen kan ontsnappen, en zegt: “Jij bent verantwoordelijk voor je daden.” Vervolgens, om niet trots te worden op het goede en de volmaaktheid die uit hem voortkomen, treedt qàder naar voren en zegt: “Ken je grenzen, jij bent niet degene die dit heeft gedaan.

 

Inderdaad, geloof in qàder nestelt zich in het hart nadat men eerst in de andere geloofspijlers heeft geloofd, waarbij qàder de mens tegen hoogmoed beschermt en de vrije wil tegen onverantwoordelijkheid. Daarom behoren ze tot de geloofswaarheden. 

 

Het vasthouden aan qàder om zichzelf te onttrekken aan de verantwoordelijkheid voor de slechte daden die de nafs-i emmāra begaat, en het hoogmoedig zijn over de gunsten en schoonheden die hem geschonken zijn door zich op de vrije wil te baseren, leidt tot een handelwijze die volledig in strijd is met het geheim van qàder en de wijsheid van de vrije wil.

 

Echter, te midden van de gewone mensen die spiritueel niet vooruitgaan, heeft qàder een toepassingsgebied, maar dat geldt alleen voor het verleden en tegenslagen, omdat het een remedie is tegen wanhoop en verdriet. Het geldt echter niet voor zonden en de toekomst, zodat het niet zou leiden tot losbandigheid en luiheid. Aldus is de kwestie van qàder niet in de geloofswaarheden opgenomen om de mens te ontheffen van verantwoordelijkheid, maar om hem te bevrijden van hoogmoed en zelfverheerlijking. En de vrije wil is opgenomen in de geloofsleer om als bron van slechte daden te dienen; niet om tot hoogmoed te leiden of als basis voor trots op goede daden te dienen.

1 van 13 Next page