EEN REIS NAAR HET BESTAAN

VAN DE SCHEPPER

Het Tweeëntwintigste Woord

[Dit woord bevat twee hoofdstukken]

 

Het Eerste Hoofdstuk

 

بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖيمِ

وَيَضْرِبُ اللّٰهُ اْلاَمْثَالَ لِلنَّاسِ لَعَلَّهُمْ يَتَذَكَّرُونَ

وَ تِلْكَ اْلاَمْثَالُ نَضْرِبُهَا لِلنَّاسِ لَعَلَّهُمْ يَتَفَكَّرُونَ

 

Er waren eens twee mannen die zich aan het wassen waren in een vijver. Plotseling verloren ze op mysterieuze wijze hun bewustzijn. Toen zij weer ontwaakten en hun ogen openden, zagen ze dat ze naar een vreemde wereld waren overgebracht. Vol verbazing keken ze om zich heen. Ze bemerkten dat ze in een wereld waren die door haar perfecte orde deed denken aan een land, een stad en zelfs aan een paleis dat een geweldige wereld in zich herbergt. Ze zagen een groep schepselen die op een of andere manier met elkaar communiceerden, maar ze konden hun taal niet begrijpen. Aan de hand van hun activiteiten leek het erop dat ze belangrijke taken en verantwoordelijkheden vervulden.

 

Een van de twee mannen zei tegen zijn vriend: ‘Deze wonderlijk mooie wereld, die doet denken aan een welgeordend land, een bijzonder mooie stad en een kunstzinnig paleis, heeft zeker een bestuurder, een heerser, een eigenaar en een bouwmeester. We moeten hem leren kennen, want het is duidelijk dat hij ons hierheen heeft gebracht. Als we hem niet leren kennen, wie anders kan ons dan helpen? Wat kunnen we verwachten van deze arme schepselen, wier taal we niet begrijpen en die geen acht op ons slaan? Een heerser die deze grote wereld tot een land, een stad en een paleis heeft gevormd, van begin tot eind met wonderwerken heeft verrijkt, met allerlei ornamenten heeft uitgerust en met indrukwekkende, prachtige bouwwerken heeft versierd, verwacht zeker iets van ons terug en van al degenen die hierheen zijn gekomen. Wij moeten hem leren kennen en achterhalen wat hij van ons verwacht.’

1 van 45 Next page