HET GELOOF EN DE MENS
Het Drieëntwintigste Woord
Dit Woord bestaat uit twee hoofdstukken
بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖيمِ In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
لَقَدْ خَلَقْنَا الْاِنْسَانَ فٖٓى اَحْسَنِ تَقْوٖيمٍ ۞ ثُمَّ رَدَدْنَاهُ اَسْفَلَ سَافِلٖينَ ۞ اِلَّا الَّذٖينَ اٰمَنُوا وَ عَمِلُوا الصَّالِحَاتِ Voorzeker, wij hebben de mens in de beste vorm geschapen. Vervolgens hebben Wij hem tot het laagste van het laagste verlaagd. Behalve degenen die geloven en goede daden verrichten. – De Koran 95:4-6
Het Eerste Hoofdstuk
In dit hoofdstuk zullen wij via vijf punten vijf van de duizenden bekoorlijkheden van de īmānHet geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking).Het geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking). uiteenzetten.
Het eerste punt
Dankzij het licht van de īmānHet geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking).Het geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking). stijgt de mens naar alā-yi illiyyīnDe hoogste hoogten, de verhevenste der verhevenen. en bereikt hij een waarde die hem waardig maakt om het paradijs binnen te treden. Door de duisternis van het ongeloof daarentegen vervalt hij tot esfel-i sāfilīnDe diepste diepten, het nederigste der nederigen. en krijgt hij een hoedanigheid die hem geschikt maakt voor de hel. Immers, īmānHet geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking).Het geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking). is een binding die de mens met zijn Sāni-i zul-DjelālAllah, Die met uiterst kunstzinnigheid schept en Wiens grootheid en verhevenheid grenzeloos is. verbindt. Aldus krijgt de mens een waarde overeenkomstig met de verschijningen van de kunsten en namen van de Heer die zich op de mens vertonen. Ongeloof verbreekt deze band, waardoor de kunsten van de Heer niet meer te zien zijn en de waarde van de mens slechts ten opzichte van zijn materiële aspect wordt bepaald. Aangezien het materiële aspect van de mens echter vergankelijk en voorbijgaand is, heeft het nauwelijks enige waarde.
Deze waarheid zullen wij met een voorbeeld toelichten. De materiële waarde en de kunstwaarde van de menselijke kunstwerken bijvoorbeeld zijn verschillend van elkaar. Soms kunnen beide gelijkwaardig lijken, soms kan de waarde van de materie hoger dan het kunstwerk zijn en soms kan de waarde van een kunstwerk met een materiaalwaarde van enkele euro’s honderden euro’s bereiken. Een antiek kunstwerk kan zelfs miljoenen euro’s waard zijn, hoewel zijn materiaalwaarde nog geen honderd euro bedraagt.